|
Argus Milieumagazine, augustus 2003
Anne Provoost:
'De milieuproblematiek is een relevant onderdeel van mijn leven, en bijgevolg
kan ik niet anders dan erdoor geboeid raken. Ik ben iemand die gelooft
dat elk bestel uiteindelijk ten onder gaat aan zijn complexiteit. Steeds
weer nemen de schaal en complexiteit toe, om dan inefficiënt te worden,
voor problemen te zorgen of in elkaar te klappen; de dinosaurussen waar
mijn zoontje zo in geïnteresseerd is weten daar alles van. Doorheen
de geschiedenis moet worden gezocht naar oplossingen om de complexiteit
te vereenvoudigen. Internet is een mooi voorbeeld. We hebben Google, en
dat is onze oplossing voor de onoverzichtelijkheid van het net. Maar tussen
hier en een jaar of vijf zal Google niet meer voldoen, dat zie je zo aankomen.
Als je vandaag een groepje zoekwoorden intikt krijg je een paar honderd
artikels waar de woorden in voor komen. Op een dag zul je er niet meer
een paar honderd krijgen, maar een paar miljoen. Dan ontstaat er weer
nood aan een nieuw systeem, zoniet gaat het world wide web ten onder.
Alles wat we doen wordt vanzelf grootschaliger, dat heeft te maken met
onze hang naar groei, dus is er iedere keer een actieve ingreep nodig
om het weer kleinschalig te maken.
Dat is heel zeker zo met onze omgang met het milieu. Onze relatie met
onze omgeving is verziekt door een neiging tot grootschaligheid: we moesten
veel auto's hebben om ver en snel te kunnen bewegen, veel keuze in de
winkelrekken, snelle levering uit verre landen. Als we ons bestel tegen
de ondergang willen behoeden, moeten we weer terug naar 'weinig', 'dichtbij'
en 'langzaam'. We moeten opnieuw de lijn kunnen zien tussen producent
en consument. Dan wordt de rol die we daarin kunnen spelen vanzelf duidelijk.
Die nieuwe houding is natuurlijk niet erg verkoopbaar. Mensen willen maar
wat graag geloven dat er geen vuiltje aan de lucht is, en dat die milieu-inspanningen
helemaal niet nodig zijn. Wie dergelijke sussende berichten, uit onkunde
of onwil, verspreidt scoort onmiddellijk. Dat zullen de groenen de voorbije
verkiezingen zeker begrepen hebben, hun verhaal is nu eenmaal niet populistisch
te brengen. Hiervoor werden ze afgestraft, een hele ideologie werd in
één klap weggevaagd. Een evenwicht tussen denken in termen
van economische groei en denken in termen van duurzaamheid dat uniek was
in Europa, is weer uit balans.
Wat verdwenen is in het politiek debat is
de vraag of de mens wel de maat van alles is. De natuur kan zonder de
mens, maar kan de mens ook zonder de natuur? We onderschatten hoeveel
mentaal welzijn er ontstaat uit schoonheid in je leefomgeving, uit groen,
uit een gevoel van gezondheid,
Volgens mij kun je zeggen: democratisch
handelen betekent ook de nog niet stemgerechtigde kiezer een stem geven,
met name onze kinderen en kleinkinderen. Een echt democratisch beleid
moet ook kijken naar waarmee we toekomstige generatie opzadelen. Op de
verkiezingsshow zei Etienne Vermeersch nog dat 'de kern van het echte
groene denken het gedachtegoed voor de komende eeuw is'. Ik denk dat veel
mensen nu zijn geschrokken en volgende keer opnieuw groen zullen stemmen,
maar ondertussen is de ravage wel aangericht.
Misschien is dit altruïstisch denken maar aan weinig mensen besteed?
Anne Provoost:
Je hoeft niet rijk te zijn om je leefomgeving voor
iedereen wat aangenamer te maken. Mensen zorgen zo vaak secuur voor hun
achtertuintje, waarom dit niet consequent doortrekken naar de voortuin
of gevel? Met wat creativiteit is een schitterend geveltuintje zo aangelegd.
Dat hoeven heus geen dure, tere petunia's in aarden bloempotten te zijn,
een simpele asparagus die jaren meegaat kan al een wereld van verschil
maken. De weldaad die ontstaat wanneer je wat verder gaat dan de eigen
achtertuin, wanneer je mensen een goed gevoel bezorgt als ze je huis voorbijlopen,
wordt enorm onderschat. Je geest voor zulke dingen en voor creativiteit
in het algemeen kunnen vrijmaken wordt dikwijls afgedaan als een luxe.
Dat is slechts in zeldzame gevallen zo. Als mensen dit soort zaken niet
oppakken, is het meestal uit onverschilligheid.
Maar in ieder geval hebben we veel in eigen
handen? Bijvoorbeeld wat de leefbaarheid van de steden betreft?
Anne Provoost:
De maatschappelijke werkelijkheid zal blijven bestaan, ook als we er niets
voor ondernemen. Als menselijk wezen moet je bij je handelen altijd vertrekken
van de bestaande wereld zoals hij is, ook al sta je er niet achter. Het
is kwestie van de moed te vinden om in te grijpen in die maatschappelijke
werkelijkheid. Het verlies van het gevoel dat je kunt ingrijpen maakt
mensen pessimistisch. Ik heb de indruk dat de meeste mensen altijd op
zoek zijn naar manieren om iets te veranderen. Mensen kunnen je wel komen
vertellen dat ze denken dat ze machteloos zijn, maar dat zijn woorden.
Hun weerbaarheid wordt duidelijk als een auto voor hen niet snel genoeg
optrekt of verkeerd geparkeerd staat. Dan zijn veel mensen ineens wel
heel mondig. Het komt erop aan die weerbaarheid van mensen op een positieve,
constructieve manier in te zetten. Nu blijft het veel te vaak in het negatieve
steken: schelden, kankeren,
wat in mei overigens ook in het kieshokje
is gebeurd.
Niemand hoeft te wachten tot het systeem verandert, je kunt ook zelf veranderen.
Bij alles wat je doet kun je speldenprikjes geven. Je bent geen speelbal
en je kan je navenant gedragen bv. in de supermarkt. Daarin moet je je
gedragen voelen. Wat moet vermeden is dat mensen ophouden iets te ondernemen
omdat ze denken dat ze vechten tegen molens: ik repareer dit lekkend kraantje
niet meer, want kijk naar dat bedrijf, het waterverbruik is daar véél
groter. Of: heeft het wel zin dat ik de trein neem naar het werk als mijn
buurvrouw op strandvakantie gaat in India? Door die houding zijn we gekomen
waar we vandaag zijn. Bewust verbruiken kan alleen zijn succes behouden
als de bewuste gebruikers het gevoel hebben dat ze met velen zijn, dat
er een boel mensen zijn die zich zorgen maken om de voorraadkast van de
wereld. Daar moet waarschijnlijk aan gewerkt worden, aan het met toeters
en bellen aan elkaar laten weten dat iedereen op zijn manier met het milieu
bezig is. Sinds de verkiezingen in mei zeker, want nu hebben velen het
gevoel dat zij de enigen zijn die iets proberen.
En geld. 'Bio', 'eerlijke prijs' is toch
ook duurder?
Anne Provoost:
Dat klopt alleen als je biovoedsel wil inslaan zoals je voorraden inslaat
in de supermarkt. Wie bereid is anders te kopen, kan opteren voor het
concept van 'groentenmanden', een pakket van seizoensgroenten en -fruit,
bij voedselteams of in de biowinkel. Je weet vooraf niet wat er allemaal
in zit, en de samenstelling wisselt met de seizoenen. Maar de prijs blijft
laag. Zo krijg je niet alleen waar voor je geld, je leert ook groenten
eten die je voordien niet kende. Toen wij met onze verbouwingswerken van
dit huis bezig waren, was kiezen voor een milieuvriendelijke aanpak inderdaad
meestal duurder. Nu veranderen dingen op dat vlak toch ook. Er zijn subsidies
te bekomen voor. het installeren van een zonneboiler, groendaken enz.
De wateroplosbare verven en de gipsbezetting met lage radioactiviteit
zijn nu overal vlot te verkrijgen. Het is dus minder een zaak van 'duurder',
dan van 'herorganiseren en informeren'.
Je woont en werkt in de stad, is Anne Provoost
een echte stadsmus?
Anne Provoost:
Ik houd van dingen met een geschiedenis, in die zin ben ik een nostalgisch
persoon. Daarom verblijf het liefst in omgevingen die altijd woon- en
leefomgevingen zijn geweest. Ik wil niet het gevoel hebben een indringer
te zijn in iets wat tot voor kort nog groen was. Nieuwbouw in een verkaveling
is aan mij niet besteed. In de stad woon je meer tussen de mensen. Daarenboven
apprecieer ik de bescherming die de huizen en gebouwen om me heen bieden
tegen wind en kou, hier warm je je letterlijk aan je buren. Ik ben ook
wel gesteld op de compactheid van het stedelijk weefsel. In geen tijd
zijn 's morgens de kinderen naar school, ben ik naar de bakker geweest,
zijn de boodschappen gedaan en kan ik beginnen met mijn werk.
Antwerpen mocht wel wat groener zijn natuurlijk, met wat meer beplanting
zoals in de Duitse en Engelse steden, maar soms vraag ik me af: is het
stedelijk groen zo veel slechter dan die paar meter voor en achter een
nieuwbouwwoning? Dat heeft met natuur toch ook maar weinig te maken?
Wordt de drukte van de stad soms te veel
en heb je dan de neiging om de natuur op te zoeken?
Anne Provoost:
Hier zijn plekjes die helemaal niet 'stedelijk' aanvoelen. Nu is het wel
zo dat ik door thuis te werken misschien een beetje verwend ben en daar
anders tegenover sta dan iemand die dagelijks dat drukke stadsverkeer
doorheen moet. Als je altijd weer onder tijdsdruk van punt A naar B en
terug moet ga je daar veel minder ontspannen mee om.
Je hebt een tijd lang in de VS gewoond. Zie
je grote verschillen in attitude tegenover mens en milieu in vergelijking
met onze contreien?
Anne Provoost:
We woonden toen in Minneapolis, een progressieve stad in de buurt van
de grote meren, met heel veel min of meer ongerepte natuur. Wie in die
streek opgroeit zal anders tegen natuur aankijken dan mensen uit grootsteden
zoals New York, Antwerpen of Brussel. In grootsteden kom je dan weer alle
uitersten tegen. In Antwerpen zou je je kunnen vergapen over hoe 'bruin'
hier wordt gestemd, maar dan vergeet je dat er hier ook enorm veel groene
jongens zitten, veel meer dan 'op de boerenbuiten'. Stedelijk gebied brengt
extremen samen, dat heb je gewoon op plaatsen waar van alles de concentratie
hoog is. Kortom, de Antwerpenaar, New Yorker of Brusselaar bestaat niet,
dus verschillen in attitude ga je mij niet horen verkondigen, dat laat
ik over aan mensen die daar studie rond verrichten.
Een van de grootste milieu-uitdagingen is
de mobiliteit. Hoe kijk jij daar tegenaan?
Anne Provoost:
Als ik de problemen van mobiliteit mocht aanpakken, zou ik nogal drastisch
te werk gaan, dus schrik niet. De fietsers zouden toeters hebben, en de
auto's bellen. De fietsers zouden de rijweg krijgen, de auto's het autopad.
De auto's zouden dan altijd in de plassen moeten rijden, het zwerfvuil
vangen, de verkeerd geparkeerde auto's en openzwaaiende portieren moeten
ontwijken, opletten voor alles wat van het voetpad komt,
Bij regenweer
zouden voetgangers en fietsers ten allen tijde voorrang krijgen. Uitlaatpijpen,
zeker die van vrachtwagens of bussen, zouden naar boven gericht moeten
staan, zoals de bussen en trucks in Amerika. En dus zeker niet naar naar
het voetpad, op neushoogte van baby's in de kinderwagen. Soms zie je in
de stad van die terreinwagens met wielen alsof ze op olifantenjacht gaan,
hun bumpers ter hoogte van je longen. Als een aanrijding met een gewone
auto alleen maar je bekken breekt, slaan deze in op je vitale organen.
Ik begrijp ook niet waarom bumpers hard zijn. Die zouden van mousse moeten
zijn, wat zeg ik, auto's zouden helemaal van mousse moeten zijn! (lacht)
Alle gekheid op een stokje, eigenlijk betaalt
de stedeling de prijs voor het feit dat er zoveel mensen in de stad willen
zijn, maar er toch niet willen wonen. Het is de stadsbewoner die met de
benzeen, het roetstof en de lawaaihinder zit opgezadeld.
De automobilist zou zich beter wat meer vragen stellen: Wat doe ik daar
als ik de stad binnenrijd? Waar parkeer ik mijn auto? Hoeveel last veroorzaak
ik voor de bewoners? Kies ik bewust voor een minder vervuilende auto?
Ook de andere milieu-uitdagingen zijn heel
groot, zie je algemene milieutrends?
Anne Provoost:
Ik hoor de laatste tijd dat windmolens het uitzicht op zee zouden storen.
Mensen vinden ze niet esthetisch. Weet je wat ik niet esthetisch vind?
Al die autowegen in mijn geboortestreek, al die auto's voor mijn huis.
Niet zo lang geleden was ik in Lissabon. Ik was er al eerder geweest,
maar deze keer was de stad veel mooier. Ze was helemaal autovrij gemaakt
voor een marathon. We letten er niet meer op, maar buitenissig veel verkeer
in onze oude steden, dat vind ik nu eens visuele vervuiling, daar kan
een windmolen niet tegenop.
Trouwens, de vraag is al lang niet meer: 'Willen we uitkijken op een windmolen
aan de kust of willen we dat niet?' De vraag is nu: 'Willen we uitkijken
op een windmolen aan de kust of op een kerncentrale in de polders?'
Het vreemde aan de hele kwestie is nog dat men er dan in slaagt om het
te doen uitschijnen alsof het de ecologisten zijn die niet met vernieuwing
kunnen omgaan. Ze zouden geen geloof hebben in de vooruitgang die is geboekt
omtrent de nieuwe veiligheid van onze kerncentrales. De groene jongens
zijn dan de doemdenkers. Terwijl je diezelfde mensen wel apocalyptisch
zult zien denken op een heel ander vlak. Dan gaan ze zich zorgen maken
over kinderen en televisie, of kinderen en seks. We hebben geen uitweg
voor ons kernafval, maar met kernafval kunnen we risico's nemen. Kernafval
is voor het jonge kind dus minder gevaarlijk dan een stel homo-ouders,
want daar wordt dan weer geen risico genomen.
En waarom zou je jezelf zo kwetsbaar willen opstellen? Een kerncentrale
is toch een gedroomd doelwit in tijden van oorlog en terrorisme? Zet dan
duizend windmolens en er is niemand die je op dat vlak iets kan maken
Dus gaan de huidige globalisering, de wereldmarkt
een totaal verkeerde richting uit?
Anne Provoost:
Zelfs als de wereldhandel correct zou verlopen en je tegen een eerlijke
prijs vlees zou invoeren uit Noord Afrika, dan nog blijft het laakbaar
om je voedsel zo ver te gaan zoeken. In die zin is het afbouwen van onze
landbouw geen goede zaak! De economische logica achter dit alles is voor
mij geen logica. Alleen de duurzaamheidslogica, die draait om zelfbehoud,
ook op langere termijn, kan me overtuigen.
Zeker zijn de oude grote thema's zoals het opheffen van sociale ongelijkheid
en de herverdeling van de rijkdom belangrijke items, maar als we naar
meer kleinschaligheid evolueren zullen ook op die terreinen de oplossingen
volgen.
Maar van die kleinschaligheid evolueren we steeds verder weg. De scholen,
bijvoorbeeld, worden nog altijd groter, terwijl ze veel kleiner zouden
moeten worden, terug met het gezin als model in plaats van het bedrijf
als voorbeeld te nemen. We blijven ons economisch model exporteren en
vergeten dat er ook alternatieven zijn die zeker een kans verdienen: de
ruil van middelen en diensten, alternatieve betaalmiddelen,
We gaan
overal verkondigen dat je niets voor niets hebt. Dat klopt in bepaalde
mate, maar het maakt ook helemaal duidelijk dat we de kunst van het geven
overboord hebben gegooid. We hebben alles wat gratis is verdacht gemaakt,
en waardeloos, terwijl er in de wereld toch heel veel gratis is.
Het wordt nog erger als er nieuwe markten
- en consumenten bijkomen, denk maar aan de ontwikkelingslanden
Anne Provoost:
Het economisch bestel heeft geen baat bij weerbare consumenten die 'nee'
durven zeggen. De mensen in de ontwikkelingslanden moeten de middelen
krijgen om zichzelf te ontwikkelen en zich weerbaar te maken. Zo zullen
ze niet onmiddellijk toehappen op wat de westerse markt hen presenteert
als zaligmakend.
De marketing- en reclamemachine werkt behoorlijk efficiënt en die
westerse markt met al die luxeartikelen is aanlokkelijk. Er zou meteen
al een tegenstem moeten zijn die mensen bewust maakt van de waarde van
dingen die meer zijn dan gadgets: je dorp, je kleine kring, je band met
de makers van de voorwerpen die je koestert. Alleen, hoe kan die stem
ooit even luid klinken als die van de reclamejongens uit het Westen?
Word je bij dat besef dan niet moedeloos?
Anne Provoost:
Ik geloof in de veranderbaarheid van mensen. Wat mezelf betreft: ik heb
al gezegd dat ik houd van dingen met een geschiedenis, tweedehandse spullen
en voorwerpen met een patina. Daarom wil ik graag dat de dingen ook na
mij kunnen blijven bestaan. In kringwinkels dingen kopen die al eens van
iemand geweest zijn, en er zo mee omgaan dat ze later ook nog eens van
iemand anders kunnen zijn. Zo wil ik ook omgaan met mijn huis, mijn straat,
mijn stad, de natuur: op een manier waarop ze naast gebruikt ook behouden
blijven, niet verbruikt.
Andere
kritische teksten van de auteur
|